A: “Hee, ik kreeg van mijn buddy Gerard een mooie tip binnen… De Grote Sprong heet het, van Hans en Hanneke Korteweg. Hij stuurde een fotootje met een bladzijde tekst. Het is echt on-ge-lo-fe-lijk. Net of alles wat wij willen articuleren al een keer opgeschreven is. Ik ga het boek snel bestellen, ook voor jou.”

A9: “Gaaf! Ben benieuwd :)”

A: “Ik heb ze binnen! Ben direct begonnen. Het is echt on-ge-lo-fe-lijk, Anine. Zó toegankelijk en moeiteloos geschreven, en zó wat wij willen bieden met onze speelruimte. Het leest als ‘het handboek’ voor KiK…

Initiatie is in de eerste plaats een innerlijk gebeuren, dat zich vervolgens in de vormenwereld uitdrukt. Feitelijk gesproken wijdt dus geen mens een ander mens in. Wél is het zo dat het diepe verlangen naar voortgang vorm kan aannemen via een ander mens, die als lichtbron in je leven verschijnt. Dat is de basis van leraarschap en helperschap. Maar ook als deze mens je over de brug leidt, doet hij dat op de kracht van jouw bereidheid. De meester, die werkelijke voortgang bezegelt, werkt in de stilte van het hart. (26)

… mooi omschreven toch? Hier wordt precies dàtgeen gezegd waar het over gaat. Enerzijds dus een universeel gegeven, en anderzijds gaat ieder echt zijn Eigen Pad. Oh, en kijk even naar het papier waarin ze werden opgestuurd (!) Leuk, hè… Shoot for the moon, and hang on to a star if you miss :)”

A9: “Kan niet wachten 🙂 Ben je vanmiddag thuis? Dan kom ik langs om het op te halen.”

A: “Ja, ben thuis. Kom vooral langs, want dan kun jij ook beginnen. Heb voor de gein een eerste stukje voor je ingesproken, dan krijg je een beeld van De Grote Sprong.

A9: “Ik ga luisteren…”

A9: “Jeetje… gaaf zeg… goh… wat een ruimte schept dit boek… precies de ruimte die we zoeken!”

A9: “Dank voor het boek, hè. Bedacht me op weg naar Amsterdam: ‘Hebben we ineens toch een leesclub’ 😉 En ja, wat Hanneke en Hans schrijven… het is precies wat we bedoelen. Wat heerlijk. Heb hem dus mee op weekend (!) Heb weer een stukje gelezen in mijn pauze :)”

A: “Dat van die Wachters op de Drempel, hè… zo’n mooi beeld, zo’n aansprekend beeld… Hoe we het uiteindelijk toch altijd zelf zijn die ons weerhoudt van groeien, stappen zetten, voort gaan.”

A9: “Welk stukje precies?”

A: “Ik citeer even dit stuk uit DGS (zullen we het afkorten naar DGS?):

De Wachter op de Drempel is (…) onze vorm geworden ontwetendheid. Als zodanig vertegenwoordigt hij natuurlijk ons verleden. Alles waarmee we ons tot nu toe als persoonlijkheid hebben geïdentificeerd, al de waarden en opvattingen waaraan we onze nieuwe identiteit hebben ontleend, weerhouden ons er nu van een nieuw levensgebied in te gaan. Ons ‘ik’ van gisteren wil het ‘ik’ van morgen zijn. Het activeert de Wachter op de Drempel en geeft hem zijn speciale karakter. (91)

Dat vind ik een mooie verwoording. Heeft ook alles te maken met het ego leren besturen, in plaats van bestuurd te worden door het ego. Dus dat is hun uitleg bij de Wachter op de Drempel, én ze citeren ook Franz Kafka’s Voor de Wet uitvoerig. Prachtig! Word zó blij van hoe zij moeiteloos Literatuur, de Grote Boeken en hun eigen visie met elkaar vervlechten. Prachtig, prachtig prachtig. Ik neem dat stuk van Kafka nog even over voor je hier:

‘Voor de Wet staat een wachter. Bij deze wachter komt een man van het land en verzoekt toegang tot de Wet. Maar de wachter zegt dat hij hem nu geen toegang kan verlenen. De man denkt na en vraagt dan of hij later wel naar binnen zal mogen. “Het is mogelijk,” zegt de wachter, “nu evenwel niet.” Daar de poort naar de Wet zoals altijd open staat en de wachter opzij stapt, bukt de man zich om door de poort naar binnen te kijken. Als de wachter dat merkt, lacht hij en zegt: “Als het je zo aantrekt, probeer dan toch, niettegenstaande mijn verbod, naar binnen te gaan. Weet echter: ik ben machtig. En ik ben nog maar de geringste wachter. Zaal na zaal staan er wachters, de één nog machtiger dan de ander. De aanblik op zich van de derde kan ik al niet meer verdragen.”

De man besluit te wachten. De poortwachter staat hem toe naast de poort te gaan zitten. Daar wacht hij dagen en jaren, tot hij oud en gebrekkig is en de dood komt. Dan dringt het tot hem door dat hij één vraag nog niet gesteld heeft.

“Allen streven toch naar de Wet,” zegt de man, “hoe komt het dan, dat er in al die jaren niemand anders dan ik om toegang heeft gevraagd?” De wachter ziet dat de man zijn einde nabij is, en, om zijn vervagend gehoor nog te bereiken, brult hij hem toe: “Hier kon niemand anders toegang verkrijgen, want deze ingang was alleen voor jou bestemd. Ik ga nu en sluit de poort.”‘ (90)

Kortom, … het is springen óf niet springen, het is door jouw poort gaan, of niet door jouw poort gaan. Zo mooi hoe dit het enerzijds universele en anderzijds hyperpersoonlijke in zich verenigt.”

A9: “Ja, gaaf. Precies wat we voor ons zien met de themabijeenkomsten. Zo’n zin om dat veld te gaan openen, en onszelf en geïnteresseerden de ruimte te bieden om ‘tevoorschijn’ te komen.”

 

 

 

A9: “Ik las het hoofdstuk over de Wachter nog een keer vanavond en zie deze zin:

het koffieapparaat dat het laat afweten (…), het zijn allemaal reflecties in de stof. (94)

Toepasselijke tekst om te lezen op het moment dat onze beide koffieapparaten voor reparatie zijn weggebracht :-)”

A: ” Bizar 🙂 Zou het betekenen dat we de koffie moeten laten staan… wórdt nog wat… oi.”

BewarenBewaren

BewarenBewaren